Hoe ontstaat ons weer

De weermotor

Er zijn 2 meteorologische regels:

- De natuur zoekt altijd evenwicht.
- Warme lucht stijgt, koude lucht daalt.

De eigenlijke motor van het weer is de zon. Door de verschillen in zonneinstraling ontstaat een groot temperatuurverschil tussen de evenaar en de polen. Als gevolg van bovengenoemde regels worden deze verschillen opgeheven. De ijskoude, zeer droge polaire lucht bezit veel minder energie dan de warme, vochtige tropenlucht. Via grootschalige zee- en luchtstromingen wordt warme lucht naar de polen en koude lucht naar de evenaar getransporteerd. Rond de evenaar stijgt de warme lucht op en stroomt richting pool, terwijl de koude poollucht dicht aan het aardoppervlak richting evenaar stroomt. Echter, als gevolg van de aardrotatie (corioliskracht) vindt er een afwijking plaats van baan die de warme en koude lucht volgt. Op het noordelijk halfrond vertonen alle bewegingen een afwijking naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links. Al deze luchtcirculaties en luchtbewegingen hebben slechts één doel: het opheffen van de energieverschillen tussen de evenaar en de polen. Lucht kan echter slechts relatief geringe hoeveelheden energie opnemen en afgeven. Water is daarin veel effectiever. Het water in de lucht neemt dan ook een omvangrijk energietransport in de lucht voor zijn rekening in de vorm van waterdamp, wolken en regen. Verreweg de grootste energie-uitwisseling vindt plaats via de zee en de zeestromingen. Daarmee worden enorme hoeveelheden energie van zuid naar noord en omgekeerd getransporteerd.

Luchtmassa's

Lucht die zich langdurig boven een bepaald gebied bevindt, neemt de specifieke karakteristieken aan die bij dat gebied horen. De belangrijkste brongebieden van verschillende luchtsoorten zijn de poolstreken, de subtropische hogedrukgebieden en de equatoriale zone. We vinden deze terug in de volgende indeling:

  • Arctische en antarctische (A)
  • Tropisch (T)
  • Polair (P)
  • Equatoriaal (E)

Als een luchtmassa over de oceaan trekt of daar zijn brongebied heeft, wordt hij vochtig en noemen we hem "Maritiem" (M). Als hij boven een grote landmassa is gevormd, zoals midden boven een continent, zal hij droog blijven en wordt hij "Continentaal" (C) genoemd. De meest voorkomende luchtsoorten zijn:

Luchtsoort Beschrijving
Maritiem Arctisch (MA) Zeer koud en vochtig
Maritiem Polair (MP) Koud en vochtig
Continentaal Polair (CP) Koud en droog
Maritiem Tropisch (MT) Warm en vochtig
Continentaal Tropisch (CT) Heet en droog
De westenwindzone

Nederland en Belgie liggen in de wisselvalligste weerzone op aarde, de westenwindzone. Alleen in deze weerzone wisselen hoge- en lagedrukgebieden elkaar voortdurend af.

Lagedrukgebieden

De natuur probeert altijd een evenwicht te bereiken en daarom is de lucht boven de Atlantische Oceaan altijd in beweging. In het noorden heerst polaire kou, in het zuiden tropische warmte. Bij de grenzen tussen warme en koude lucht ontstaan in het gebied van de westenwindzone allereerst kleine verstoringen in de luchtstroom. Als de lucht in zo'n verstoring opstijgt, dan wordt deze sterker en ontwikkeld hij zich tot een lagedrukgebied of depressie. Dit lagedrukgebied glijdt daarbij over de ervoor liggende koude lucht heen, waardoor een warmtefront ontstaat. Bij een koufront verdringt de koude lucht die achter het lagedrukgebied binnenstroomt de warme lucht ervoor.

Koufronten

Wanneer een koufront warmere lucht verdrijft, drukt het de warmere lucht omhoog, over de koude luchtmassa heen. Dit komt omdat koudere lucht compacter is en zwaarder dan de lichtere warme lucht, die gewoonweg opzij wordt geduwd. Terwijl de warme luchtmassa opstijgt, mengt die zich met de koudere lucht en condenseert de waterdamp in de warme lucht tot grote wolken. Vaak worden koufronten voortgestuwd door de sterke wind die de bovenkant van de wolken ver voor het naderende front uitwaait. Het eerste teken van een naderend koufront is dan ook vaak de verschijning van die heel hoog langs drijvende dunne bewolking, waarna de lucht al gauw betrekt. Dan ontwikkeld zich (in de zomer) een lijn van zware onweersbuien terwijl het front passeert, gevolgt door gestage en dan afzwakkende regen. Een typisch koufront verplaatst zich met een snelheid van enkele kilometers tot wel 50 km per uur en in West-Europa meestal in een oostelijke richting.

Warmtefronten

Wanneer een warmtefront botst op een zich terugtrekkende koude luchtmassa, geeft dat een heel ander neerslagpatroon dan een naderend koufront. Terwijl een koufront onder een warme luchtmassa duikt, omdat de lucht er dichter (zwaarder) is, stijgt de lichtere lucht van een warmtefront boven een koude luchtmassa uit. In die opstijgende warme lucht vormen zich honderden kilometers ver voor het front zelf al wolken, waar uiteindelijk regen of sneeuw uit valt. Dit gebeurt al lang voordat de grens van het warmtefront zelf voorbij komt. Wanneer dat uiteindelijk gebeurt, is de hemel meestal helder. Een typisch warmtefront verplaatst zich met een snelheid van 10 tot 30 km/uur, en in het algemeen langzamer dan een koufront.

Stationaire fronten

Een stationair front verplaatst zich niet of nauwelijks. Een stationair front kan voor flinke problemen zorgen. Het kan voor regenval in een groot gebied zorgen wanneer warme vochtige lucht de frontlijn passeert. Omdat het front zich niet of nauwelijks verplaatst, kan die regen lang genoeg aanhouden om overstromingen te veroorzaken.

Occlusiefronten

Terwijl een frontale depressie zich verplaatst, wordt de grote wig van warme lucht tussen het warmtefront en het koufront steeds smaller. Het koufront verplaatst zich sneller dan het warmtefront, en vlak bij het centrum van lage druk van een volwassen systeem haalt het koufront het warmtefront uiteindelijk in. Deze nieuwe scheiding tussen de fronten heet een occlusiefront. Aan de ene kant bevindt zich koude lucht van achter het koufront. Aan de andere zijde bevindt zich koele lucht waar het warmtefront overheen stroomde. Er bovenop bevindt zich warme lucht die niet meer tot aan de grond reikt.

Hogedrukgebieden

In een hogedrukgebied of anticycloon stroomt de lucht van boven naar beneden. Daardoor lossen in dat gebied de wolken op. Het Azorenhogedrukgebied behoort tot de vrijwel altijd aanwezige hogedrukgebieden die min of meer op dezelfde plaats blijven liggen. Een hogedrukgebied dat zich vrij lang boven bijvoorbeeld Midden-Europa ophoudt, is een garantie voor een week of langer zonnig weer en warmte. Een hogedrukgebied boven de Britse eilanden daarentegen zorgt vaak voor koel, bewolkt weer, doordat de lucht over de Noordzee wordt aangevoerd.

Rug van hogedruk (trekhoog)

Tijdens een westcirculatie zorgt een trekhoog of rug van hogedruk voor een rustperiode in het weer. Het trekt met de westelijke stroming tussen 2 depressies mee en brengt tijdelijk zonneschijn met zomers vrij lage en
's winters relatief hoge temperaturen.

Isobaren

Op weerkaarten worden niet alleen hogedrukgebieden en depressies met fronten weergegeven, maar ook isobaren (lijnen met gelijke luchtdruk). Deze geven een goed beeld van de windkracht. Hoe dichter de isobaren naast elkaar liggen, des te harder de wind.


Tag Cloud
Voorspellen Media Sitemap Grafieken Sponsors Meer webcams Wolkenatlas Weblog Vraagbaak Twitter Bioweer Bliksemdetectie Satelliet Poollicht Weerfoto Weerkaarten Statistieken Windverwachting Weersverwachting Overzichten Stormen Home Onweer Orkanen Rss Neerslagradar Banners Zoeken Noorderlicht Wat is weer Hooikoorts Info